Bindervoet en Henkes – Arthur Schopenhauer, een oorlogsverklaring aan de geschiedenis

Bindervoet en Henkes gaan de strijd aan met biografen van Schopenhauer, om zijn filosofie weer alle aandacht te geven die deze verdient.

Bindervoet Arthur SchopenhauerIn 2018 is het tweehonderd jaar geleden dat De wereld als wil en voorstelling van Arthur Schopenhauer verscheen. Is dit een mooi moment om dit meesterwerk weer eens uit de kast te pakken? Nee. Dit filosofisch hoogtepunt hoort standaard op je bureau, nachtkastje en salontafel te liggen. Opengeklapt. Tot rafelige bladzijden gelezen. Wel of geen herdenking van de verschijningsdatum is daarbij van geen belang.

Een oorlogsverklaring aan de geschiedenis

De tweehonderdjarige verjaardag van De wereld als wil en voorstelling is wel een mooie gelegenheid een van de meest vermakelijke boeken over Schopenhauer eens te herlezen: Arthur Schopenhauer – een oorlogsverklaring aan de geschiedenis van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes. In dit polemisch schrift uit 1996 willen ze Schopenhauer terugwinnen van zijn biografen, om zijn filosofie weer alle aandacht te geven die deze verdient. Want Schopenhauer was zijn filosofie. De rest was bijzaak.

Vier mythes rond Arthur Schopenhauer ontkracht

Vier mythes duiken altijd maar weer op in teksten over Schopenhauer. Hij was:

  • een vrouwenhater
  • de rivaal van Hegel
  • een reactionaire zonderling
  • een pessimist

Bindervoet en Henkes gaan deze mythes een voor een langs en laten telkens zien in hoeverre de biografen de verhalen van elkaar overnemen en aandikken. Het is een strijd tegen ongefundeerde beweringen die alleen bedoeld zijn om het levensverhaal van Schopenhauer wat smeuïger te maken en zijn filosofie weg te moffelen.

Een hekel een Hegel

Een voorbeeld. Had Schopenhauer een hekel aan Hegel uit rancune of kun je vanuit zijn filosofie niet anders dan de filosofie van Hegel met alles wat je in je hebt bestrijden? Dat laatste dus. Schopenhauer plande zijn colleges op hetzelfde tijdstip als de toen enorm populaire Hegel uit puur filosofische principes. Dus niet omdat hij Hegel een lul vond of de waardering voor zijn eigen werk wat achterbleef, maar omdat hij een daad wilde stellen tegen de duistere prietpraat van de Zwabische metaforengoochelaar. Dan maar lege zalen en als gevolg daarvan weinig inkomen. Uiteindelijk leefde Schopenhauer voor de filosofie in plaats van van de filosofie.

Polemisch

Het doel van Bindervoet en Henkes is aantonen dat de filosofie van Schopenhauer te waardevol is om aan biografen of historici over te laten. Hiervoor kiezen ze de vorm van de polemiek. Dit betekent dat ze hun tegenstanders in de eerste plaats met taalvirtuositeit bestrijden. Ze schuwen daarbij niet om citaten uit hun verband te rukken, de feiten te verdraaien en bronnen selectief te gebruiken. Mag dat? Ja, dat mag. Sterker nog: voor polemieken geldt dat hoe opzichter dit gebeurt, hoe vermakelijker ze zijn. Zolang het betoog maar leest als een trein en het geen ordinaire scheldpartij wordt.

De waarde van een oorlogsverklaring

Lezen als een trein doet het boek van Bindervoet en Henkes zeker. Ook dat is een eerbetoon aan Schopenhauer. Zijn werk is zeer goed leesbaar. Dat is geen bijkomstigheid, maar een belangrijk onderdeel ervan. Heeft Arthur Schopenhauer – een oorlogsverklaring aan de geschiedenis nog meer waarde dan dat het vermakelijk is en lekker leest? Ja. De schrijvers laten je kritisch kijken naar datgene wat over Schopenhauer gezegd en geschreven is en waarin je als argeloze lezer van filosofenoverzichtjes misschien zelf ook was gaan geloven.

Het oorlogskarretje van Bindervoet en Henkes

Bindervoet en Henkes bewijzen verder dat je ‘geschriften over’ altijd moet wantrouwen. Dit geldt ook voor hun eigen werk en dan specifiek voor het gemak waarmee zij Schopenhauer voor hun oorlogskarretje tegen het vak geschiedenis spannen. In hun inleiding komen ze tot de conclusie dat geschiedenis van enkel geen belang is. Om tot dat oordeel te komen citeren ze gretig uit hoofdstuk 38 van Over geschiedenis uit deel 2 (de aanvullingen) van De wereld als wil en voorstelling. Maar vond Schopenhauer geschiedenis zo onbeduidend als Bindervoet en Henkes suggereren?

Schopenhauer over geschiedenis

Ik heb het betreffende hoofdstuk er maar eens bij gepakt. Daarin begint Schopenhauer met een verwijzing naar $ 51 van deel 1 van De wereld als wil en voorstelling, waarin hij laat zien dat poëzie (literatuur) meer bijdraagt tot de kennis van het wezen van de mens dan de geschiedenis. Hij geeft aan dat Aristoteles ook al tot die conclusie was gekomen. In het door Bindervoet en Henkes aangehaalde hoofdstuk Over geschiedenis vertelt hij echter ook dat hij geen misverstanden wil laten ontstaan over de waarde van geschiedenis. Daarom doet hij zijn ideeën daarover uit de doeken.

Geschiedenis is geen wetenschap

In het vervolg van Over de geschiedenis verzet Schopenhauer zich vooral tegen de misvatting dat geschiedenis wetenschap zou zijn. Wetenschap leidt in de ogen van Schopenhauer tot kennis van het algemene die ook geldt voor het individuele. Ken ik de wetten van een driehoek? Dan kan ik zinnige zaken zeggen over iedere driehoek, zonder die andere driehoeken te bekijken. Maar als je bijvoorbeeld weet dat de Dertigjarige Oorlog een godsdienstoorlog was, kun je dan iets zeggen over het verloop van de oorlog? En als je het verloop kent, kun je dan iets zeggen over andere oorlogen? Nee dus.

Het huis uit moet die boeken?

Als geschiedenis geen wetenschap is, moet je dan al je geschiedenisboeken bij het oud papier zetten? Nee. Want geschiedenis is misschien geen wetenschap, maar wel een weten. Schopenhauer vindt het vak dan ook weldegelijk van waarde, in tegenstelling tot wat je zou verwachten als je alleen Bindervoet en Henkes leest. De volgende twee citaten komen uit hetzelfde hoofdstuk uit De wereld als wil en voorstelling als de citaten die Bindervoet en Henkes hebben gebruikt, maar hebben de bewuste inleiding van Bindervoet en Henkes niet gehaald:

“Wat voor het individu de rede is, dat is voor de menselijke soort de geschiedenis. Dankzij de rede namelijk is de mens niet zoals het dier aangewezen op het eng begrensde, aanschouwelijke hier en nu; integendeel: hij heeft ook weet van het heel wat uitgestrektere verleden, waarmee het heden nauw verbonden is en waaruit het is voortgekomen. Alleen hierdoor kan hij het heden zelf ten volle begrijpen en zelfs voorspellingen doen voor de toekomst.”

“[De geschiedenis] vertegenwoordigt het zelfbewustzijn waarin de hele menselijke soort in directe zin deelt, zodat ze pas door middel van de geschiedenis werkelijk één geheel wordt, tot een mensheid.”

Leren zonder logica

Dat we dankzij de geschiedenis verder kunnen kijken dan hier en nu, wil niet zeggen dat we er algemene wetten uit kunnen distilleren, zoals bij natuurkunde of wiskunde. Dat geeft niet. Het is wel iets om te onthouden. Vermijd te allen tijden boeken waarvan de schrijver denkt dat hij of zij uit het voortschrijden van de geschiedenis een logica heeft leren kennen die zich noodzakelijkerwijs als een zelfbewegende geest in de tijd ontplooit. Iedere logica in de geschiedenis, iedere indeling, iedere redelijkheid is er door mensen ingelegd. Vermijd daarom helemaal mensen die de door hen zelfbedachte logica in de geschiedenis een handje willen helpen door de verwachte eindresultaten met geweld wat te versnellen.

Een belangrijke rol voor het schrift

Hoe je zinvol geschiedenis bedrijft, vertelt Schopenhauer niet precies. Wel geeft hij aan dat het schrift daarin een belangrijke rol speelt. Want dankzij het schrift kunnen we de gedachten van onze voorouders weer oppakken en opnieuw denken. Het schrift is ook een remedie tegen het uiteenvallen van de menselijke soort in louter vergankelijke individuen. Monumenten in zowel schrift en steen zijn dan ook volgens Schopenhauer pogingen om de vergetelheid te trotseren. Het zijn pogingen om tot het nageslacht te spreken.

In gesprek met de vorigen

Mij lijkt het de taak van geschiedenis om uit de monumenten van het verleden naar eer en geweten een goed verhaal te maken. Voor zo’n verhaal moet je als eerste eerlijk en precies kijken naar je bronnen: serieus en oprecht luisteren naar de vorigen. Daarvoor zal het vaak nodig zijn dat je ook de tijd, omstandigheden en dergelijke van je bronnen bekijkt. Op basis daarvan maak je een aansprekend verhaal voor de huidigen. Zo’n aansprekend verhaal is altijd tijdelijk, want latere generaties zullen de accenten verleggen of andere bronnen tot hun beschikking hebben.

Het monument Schopenhauer

Als je heel erg je best doet, bereik je met je eigen verhaal niet alleen wat familie en kennissen onder de huidigen, maar wordt je verhaal zelf een monument. Misschien heb je zelfs de eer te mogen spreken tot de volgenden. Het werk van Schopenhauer is zo’n monument dat nog steeds de moeite waard is. Niet vanwege zijn invloed op Nietzsche en Freud. Niet vanwege zijn ruzie met Hegel. Maar vanwege het genot jezelf onder te dompelen in zijn filosofie. De vertaling van Hans Driessen van De wereld als wil en voorstelling leest lekker door. Dus je eventuele gebrekkige Duitse taalvaardigheid kun je niet als excuus gebruiken het werk niet te lezen.

Safranski als alternatief

Wil je liever toch eerst wat over Schopenhauer lezen en zijn filosofie ingeloodst worden, dan is Arthur Schopenhauer, De woelige jaren van de filosofie van Rüdiger Safranski een goede tweede keus. Safranski vertelt niet alleen uitvoerig over het leven van Schopenhauer, maar besteedt ook veel oprechte aandacht aan zijn filosofie. Zelfs Bindervoet en Henkes spreken met al hun weerzin tegen biografieën verzachtende woorden over het werk van Safranski. Ze noemen het een ‘liefdesverklaring aan de filosofie’ (vriendelijk, serieus en op het werk gericht) en daarmee de keerzijde van hun eigen boek ‘Oorlogsverklaring aan de geschiedenis’.

Pascal Klaassen
februari 2017

(In gesprek met de vorigen is de titel van een essaybundel van Menno ter Braak)


Literatuurlijst

  • Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes, Arthur Schopenhauer, Een oorlogsverklaring aan de geschiedenis; Wereldbibliotheek, Amsterdam 1996;
  • Menno ter Braak, In gesprek met de vorigen, Van Oorschot, Amsterdam, 1963;
  • Hans Ester, Strijd voor Schopenhauer na jaren van water en brood, in Trouw, 30 augustus 1996;
  • Menno Lievers, Blunderende vrienden, in NRC, 6 december 1996;
  • Rüdiger Safranski, Arthur Schopenhauer, De woelige jaren van de filosofie, vertaling: Uitgeverij Atlas/Vertaalgroep Bergeyk, Olympus, 2010;
  • Arthur Schopenhauer, De wereld als wil en voorstelling, vertaling: Hans Driessen, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 1997;

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

11 − 2 =