Chris Kraus – I love Dick

Een geniale persiflage? Of een serieuze bijdrage aan de bibliotheek der navelstaarders?

i-love-dick-kraus

Ik heb I love Dick met veel plezier gelezen. De fictieve driehoeksverhouding die Chris Kraus, een experimentele filmmaakster en haar man Sylvère Lotringer, een bekende professor kunstkritiek, aangaan met ene Dick, socioloog en cultuurcriticus, las ik als een grappige persiflage op de Franse nouvelle vague filmstijl uit de jaren ’60 van de vorige eeuw. En alleen de titel is natuurlijk al geniaal bedacht. Wie durft een boek met groot ‘I love Dick’ op de kaft in het openbaar te lezen?

Chris is verliefd

Nadat Chris samen met haar man en Dick heeft gegeten, begint ze liefdesbrieven naar Dick te schrijven. Ze laat haar brieven ook door Sylvère lezen, die Chris aanmoedigt bij het schrijven en zelf ook brieven aan Dick schrijft. Op die manier proberen ze lekker postmodern hun eigen relatie en gevoelens te deconstrueren. Echt enorm grappig dat nutteloos-moeilijk-doen-om-te-kijken-wie-het-moeilijkst-kan-doen met die arme Dick als weerloze, monddode antagonist. Kraus zet dit saaie, slaapverwekkende navelstaren weliswaar erg lang door in I love Dick, maar dat is de prijs die je als lezer soms moet betalen voor goede satire.

Chris ontdekt haar eigen stem

Later in de roman verlaat Chris haar man en heeft ze een affaire met Dick. Ondertussen blijft ze brieven aan hem schrijven, al worden haar gevoelens voor hem daarin steeds minder belangrijk. Haar brieven gaan steeds meer over feminisme, kunst en kunstkritiek. Het zijn ellenlange betogen over kunstenaars en kunstwerken die nauwelijks iemand kent, waarbij de reflecties van Kraus ook nog eens veel eerder andere reflecties als onderwerp hebben dan het werk zelf. Een parodie op de ik-schrijf-over-jou-als-jij-schrijft-over-mij-cultuur van de hogere kringen der kunstkenners. Doorgaans oersaai om te lezen. Zo ook in I love Dick. Geniaal gepersifleerd dus. Wel weer even doorbijten voor de lezer.

Het papieren feminisme op de hak

Al deze satire wordt nog eens extra aangezet door een analytische introductie op de roman door het personage Eileen Myles. Dit is vergelijkbaar met de manier waarop Louis Paul Boon in Mieke Maaike’s obscene jeugd professor Steivekleut opvoert om de pornografische verzinsels een wetenschappelijke duiding te geven. Myles legt in I love Dick op eenzelfde wijze de feministische betekenis van de roman uit. Wederom erg grappig, temeer omdat haar introductie me een vileine afrekening lijkt met het papieren feminisme, een eindeloos pretentieus getheoretiseer binnen de veilige kaders van de eigen studeerkamermuren, zonder veel kans dat vrouwen buiten die muren er iets van begrijpen, laat staan er veel mee opschieten.

Kortom, I love Dick is een geslaagd satirisch werk. Met een geniaal slot dat ik om het effect niet te verpesten, niet zal verklappen. Hulde aan Kraus.

Kritiek van mannen

Of is I love Dick volkomen ernst? Zo wordt het in ieder geval door tal van fans over de hele wereld opgevat. Afgaande op de vele recensies (zie de links onder dit artikel) is I love Dick baanbrekend geweest sinds de eerste druk in 1997. Met I love Dick maakt Kraus haar persoonlijke gevoelens van afwijzing tot een filosofisch en sociaal probleem volgens de vele fans. Ze reageert in het tweede deel van de roman bijvoorbeeld op het feit dat vrouwelijke kunstenaars worden bekritiseerd voor hun persoonlijke ontboezemingen in de kunst, terwijl mannelijke collega’s veelvuldig worden geprezen omdat ze zichzelf fictionaliseren.

Mijn excuses aan Eileen Myles

In interviews heeft Kraus bovendien aangegeven dat I love Dick voor een groot deel autobiografisch is. Sylvère Lotringer bestaat echt en is met Chris getrouwd geweest. En ook Dick bestaat echt en is ongewild bij dit project van Kraus betrokken geraakt. Ook Eileen Myles blijkt echt te bestaan weet ik inmiddels. Aai. Hierbij mijn oprechte excuses aan haar voor mijn vergelijking met Steivekleut: sorry. Maar betekent dit ook dat al het zelfonderzoek en de navelstaarderij in de roman serieus is bedoeld? En dat de introductie van Myles daadwerkelijk pas aan latere drukken van I love Dick is toegevoegd en een serieuze beschouwing is op de feministische betekenis van de roman? In dat geval nogmaals: ‘aai’.

Blank en bijna van middelbare leeftijd

Uiteraard is het mijn eigen gebrek aan kennis dat namen als Chris Kraus en Sylvère Lotringer me voordat ik I love Dick las weinig zeiden. En misschien is het mijn witte-man-van-bijna-middelbare-leeftijd achtergrond dat ik het eindeloos op papier nadenken over de positie van de vrouw binnen de kunstkritiek als humor zie en niet als noodzakelijke stap om vrouwelijke zelfexpressie mogelijk te maken. Hetzelfde geldt voor de slappe lach die ik krijg van al die eindeloze analyses van deconstructies van gevoelens op metacommentaar over gedachten.

I love Dick is een langdradig, oersaai en slaapverwekkend boek

Maar wat blijft er over van I love Dick als de roman niet is om te lachen? Het is dan nog steeds een langdradig moeilijk-doen-om-te-kijken-wie-het-moeilijkst-kan-doen. Het boek staat dan nog steeds vol met oersaaie ik-schrijf-over-jou-als-jij-schrijft-over-mij tekstjes. En het is dan nog steeds een slaapverwekkende aanvulling op het studeerkamerfeminisme. Maar dan dus serieus. Zo bekeken is I love Dick vooral een langdradige, oersaaie en slaapverwekkende roman. Ik wens alle feministen er veel sterkte mee. Net als alle studenten kunstkritiek.


Zie ook alle uitbundige recensies van I love Dick:


Vertaling: Evi Hoste, Anniek Kool


Andere berichten over I love Dick

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

twintig + 13 =