John Cassidy – How markets fail (Wat als de markt faalt)

Een stoomcursus geschiedenis van de markteconomie + een ondergraving van het ideaalbeeld van de zelfregulerende vrije markteconomie + gedegen uitleg van de ‘subprime crisis’.

How marktes fail CassidyEen groot deel van de economen en beleidsmakers dacht lange tijd dat markten rationeel reageerden. En dat we allemaal zouden profiteren als financiële markten zoveel mogelijk zonder regels en controle konden opereren. In How markets fail (Wat als de markt faalt) laat John Cassidy zien hoe die gedachte is ontstaan, door de tijd heen steeds meer aan macht won, totdat het in 2008 misging. Niet voor het eerst overigens. Cassidy vertelt ook hoe we markten wel moeten begrijpen.

Stoomcursus markteconomie

Het eerste deel van How markets fail is een stoomcursus geschiedenis van de markteconomie. Smith, Hayek, Walras, Pareto, Keynes, Friedman en vele anderen komen voorbij. Het begint min of meer met Adam Smith die vond dat we de verdeling van goederen en middelen zoveel mogelijk aan de markt moesten overlaten. Als iedereen zoveel mogelijk uit eigen belang handelt, leidt dat vanzelf tot een zo optimaal mogelijke verdeling van goederen en middelen.

Let op de financiële markten

Opvallend is dat Smith vond dat financiële markten wel gecontroleerd moesten worden. Een theoretische overtuiging waarvan het gelijk in de geschiedenis door meerdere crisissen wordt bewezen. De lessen van die crisis raakten echter in de economische vooruitgang na de Tweede Wereldoorlog snel vergeten en controlerende maatregelen werden vooral in de jaren tachtig en negentig teruggedraaid.

Waarom zouden we onszelf beperken?

Mensen leggen zichzelf niet graag beperkingen op als de winsten eindeloos lijken. Ook al ontstaan die winsten voor een belangrijk deel door verliezen naar later, anderen of de maatschappij in zijn geheel door te schuiven. Zolang het goed gaat, gaat het goed. En als je buurman het doet of heeft, wil jij het ook.

Utopie of reëel mensbeeld?

In het tweede deel van How markets fail ondergraaft Cassidy het ideaalbeeld van de zelfregulerende vrije markteconomie. Hij toont met allerlei wetenschappelijke experimenten en argumenten aan dat de gedachten daarover eerder op een utopie dan een reëel mensbeeld berusten. Bovendien zijn vrije markteconomieën zonder enkele regelgeving niet in staat te zorgen voor de maatschappelijke uitkomsten die we, over het algemeen, het meest wenselijk vinden. (Planeconomieën ook niet, maar dat is een ander verhaal.)

Winst voor enkelen, maatschappelijke kosten voor ons allen

Zo zijn allerlei maatschappelijke kosten (bijvoorbeeld die van vervuiling) niet in de prijs van producten meegerekend, loont het om je slechter te gedragen dan je buurman en nemen mensen, uiteraard zou je bijna zeggen, graag hogere risico’s als de rendementen wel voor hun rekening zijn, maar eventuele verliezen niet.

Mensen handelen doorgaans irrationeel

Markten zijn gevoelig voor bubbels en crashes omdat mensen die die markten vormen in veel situaties niet rationeel maar juist irrationeel handelen. Als het gaat om financiële markten is dit extra belangrijk om te onthouden, omdat het vertrouwen in geld en banken een van de grote pijlers is waarop onze maatschappij draait. Dat vertrouwen mag eigenlijk niet wegvallen.

Banken of frisdrankfabrieken?

Ter vergelijking: ons vertrouwen in bijvoorbeeld frisdrankfabrieken is ook belangrijk, maar van een andere orde. Zonder cola, sinas en bitter lemon draait onze maatschappij wel door. Een samenleving zonder geld als ruilmiddel is misschien denkbaar, maar veel minder effectief. Want hoe ruil ik mijn teksten dan om voor brood, onderdak en kleren?

Mens of systeem?

Het derde deel van How markets fail gaat specifiek over de ‘subprime crisis’ in Amerika, met veel details die voor een Nederlandse lezer niet zo interessant zijn. Cassidy stelt wel een belangrijke vraag: is de crisis van 2008 veroorzaakt door diepere structuren in het systeem of door een paar grijpgrage psychopaten met macht?

Het zijn de structuren

Cassidy wijst naar de structuren. Bankbestuurders, beurshandelaren, leningenverkopers en zo meer hadden geen echte keus. Het was meedoen of afhaken. Verkocht jij bepaalde immorele producten niet? Dan deed je buurman het wel. Dat betekende voor hem hogere winst en voor jou het einde van je carrière.

Maar niet iedereen houdt van het spel

Ik begrijp dit principe, maar daar staat tegenover dat je niet zomaar hoog in de financiële sector terechtkomt. Wie werkt er graag voor een organisatie die je alleen beoordeelt op de hoeveelheid geld die je dit kwartaal verdient? Waarbij het altijd meer moet zijn dan het vorige kwartaal? En waarbij gevolgen voor de maatschappij of eigen klanten er niet toe doen?

Systeem en mens versterken elkaar

Mensen die empathie en maatschappelijk belang werkelijk hoog in het vaandel hebben staan, zullen met die waarden rekening houden als ze een baan kiezen. En omgekeerd: binnen instellingen waarvoor kwartaalwinst alles is, zullen die mensen niet snel carrière maken. En zo hebben het systeem en de mensen die daarbinnen aan de knoppen draaien een elkaar versterkend effect lijkt me.

Repareren of blijven wachten?

Dankzij boeken als How markets fail wisten we in 2009 al waarom burgers wereldwijd miljarden belastinggeld aan banken moesten afstaan om te voorkomen dat het hele vrije marktsysteem zou instorten. Toen schreeuwden banken, beurzen en bedrijven moord en brand wanneer de burgers om meer regels vroegen. Dat zou tot meer schade lijden. Oftewel: we mochten het dak niet repareren terwijl het regende. Niet nog natter worden, was het devies. Op die manier zouden we het snelst opdrogen.

Alsof er niets gebeurd is

Nu, 2014, lijkt het vertrouwen in de financiële systemen, in ieder geval op het eerste gezicht, weer enigszins hersteld. En ook de economische indicatoren springen voorzichtig op groen. Gaan we nu het dak wel repareren? Of laten we ons door diezelfde banken, beurzen en bedrijven nog langer wijsmaken dat dit niet het juiste moment is? Of erger nog: dat de zon vanaf nu wel altijd zal schijnen?


Tegenlicht

Misschien is een boek lezen voor sommige mensen wat veel gevraagd. Gelukkig bestaan er filmpjes. Met name het VPRO-programma Tegenlicht heeft de crisis uitvoerig belicht. Hier een selectie:


De rijken rijker, de armen armer

Helemaal actueel: de Franse econoom Thomas Piketty laat in een simpel grafiekje zien dat arbeid sinds de jaren tachtig steeds minder loont. En dat is een probleem dat uiteindelijk de democratie ondermijnt:

Over hetzelfde onderwerp verscheen in 2011 de documentaire The Flaw van David Sington. De VPRO zond deze in Nederland uit, maar hij is helaas niet altijd ergens online te vinden.


Wat kunnen we zelf doen

En wat kunnen we als burgers doen? Onszelf anders organiseren. Ook dat is een vaak terugkomend thema bij Tegenlicht. Weer een kleine selectie:


 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

4 × 3 =