John Williams – Butcher´s Crossing

De beste van de twee. Dorst, schieten, kou en verlatenheid. Leiders en kuddedieren. Alles is ijdelheid. Je blik bepaalt je doel.

Williams Butchers Crossing

Het is misschien onzinnig om Butcher’s Crossing te vergelijken met Stoner. Want hoewel beide romans zijn geschreven door John Williams zijn ze erg verschillend. Tegelijkertijd is zo’n vergelijking verleidelijk omdat Butcher´s Crossing meelift op het onverwacht grote succes van Stoner. Daarom gelijk even mijn oordeel: Butcher’s Crossing is de beste van de twee. Stoner was fijn om gelezen te hebben. Butcher´s Crossing is een verpletterende leeservaring.

Over kuddedieren, leiders en ijdelheid

Butcher’s crossing is een spannende roman vol ideeën waarover je dagen kunt doorbomen. Over die ideeën later meer, eerst het verhaal.

William Andrews wil meer van Amerika zien en besluit op bizonjacht te gaan. Op aanraden van huidenverkoper McDonald huurt hij de ervaren jager Miller als expeditieleider in. Ook diens koksmaatje Charley Hoge en de vilexpert Schneider gaan mee. Miller zegt een vruchtbare hoogvlakte vol bizons te kennen, maar de weg daarheen leidt door een eindeloze, hete, droge en lege woestijn. Miller beweert wel dat hij die kent weg en er bronnen weet, maar is dat ook zo? De mannen, hun paarden en hun ossen lijden zoveel dorst, dat ze er bijna aan onderdoor gaan.

Schieten, villen, schieten, villen, schieten

Een klein sprongetje. Uiteindelijk bereiken de mannen de vallei en het aantal bizons is enorm. Jagen is dan ook niet nodig. Miller begint de beesten af te knallen. Hij schiet en schiet en schiet en schiet en schiet en schiet. Hij weet van geen ophouden. Zelfs als ze meer huiden hebben verzameld dan ze mee terug kunnen nemen, blijft hij als een bezetene bizons omleggen. Simpelweg omdat het kan, omdat er nog steeds bizons leven. Totdat er van het ene op het andere moment sneeuw valt en de mannen te laat zijn om nog naar huis te kunnen. Ze moeten overwinteren hoog in de bergen.

Een dramatische thuiskomt

Tijdens de winter bevriezen de mannen bijna, hebben een tekort aan allerlei voedingsstoffen en kunnen zich maanden niet wassen. Barre omstandigheden dus. En, al zijn ze met zijn vieren, de mannen trekken zich steeds meer in zichzelf terug. Pas in het voorjaar is het mogelijk naar Butcher’s Crossing terug te keren. Het is niet de terugreis en thuiskomst waarvan ze droomden. Onderweg overlijdt Schneider, het dorp blijkt zo goed als verlaten en de vraag naar bizonhuiden is gestokt. Alle inspanningen en ontberingen zijn voor niets geweest, althans financieel gezien.

Volg de leider

Een belangrijk thema in Butcher´s Crossing is leiderschap. Charley Hoge en Andrews volgen Miller blindelings. De eerste is dat zo gewend, de tweede heeft door zijn eigen onervarenheid geen keus. Schneider, zelf een ervaren bizonjager, stelt het leiderschap van Miller regelmatig ter discussie. Als ze zonder water raken bijvoorbeeld en het er steeds meer op lijkt dat ze zijn verdwaald. En later nogmaals als Miller niet uit de vallei weg wil voordat hij alle bizons heeft neergeschoten. Telkens staat de groep voor de keus: Vertrouwen we op Miller? Blijven we hem volgen of niet? Schneider zaait twijfel, maar bindt telkens in. Totdat ze raken ingesneeuwd. Vanaf dat moment gaat Schneider meer en meer zijn eigen weg. Maar als hij uiteindelijk vanwege zijn trots een order van Miller niet wil uitvoeren, leidt dat, indirect, tot zijn dood.

Richting geeft hoop

De leiderschapsvraag is belangrijk in het ruige Amerikaanse landschap waar het kwartet doorheen trekt. Een verkeerde keuze kan dodelijk zijn. Charley Hoge en Andrews moeten Miller daarom wel blijven volgen. Miller wijst een richting aan en zorgt daarmee ook in de meeste penibele situaties voor een doel en hoop. Als Andrews achterop raakt, wordt hij bevangen door paniek. Niet zozeer omdat hij de weg niet kent, maar uit angst om alleen te zijn. Terug bij de groep blijft dat gevoel nog lange tijd bij hem:

“De paniek hield hem lange tijd bij de les, en hij volgde de vage bewegingen van Miller, niet alsof die bewegingen hem zouden brengen waar hij naartoe wilde, maar alsof ze hem zouden behoeden voor het dolen in een leegte waar hij alleen zou zijn.”

Misschien wordt de behoefte aan een leider, richting en hoop het treffendst omschreven op het moment dat de sneeuw het kwartet overvalt. Ook dan gaat Miller voorop in de zoektocht naar de schuilplaats, terwijl hij zelf ook niet ziet waarheen hij zijn paard stuurt:

“De anderen volgden hem blindelings, en vertrouwden op zijn blindheid.”

De kudde

De spiegeling in Butcher´s Crossing tussen het kwartet jagers en de bizons is te duidelijk om over het hoofd te zien. Hoe groot en machtig de bizons ook zijn, zonder een leider zijn ze verloren. Miller over de kunst van de bizonjacht:

“Je moet altijd de leider van een kudde zien te vinden en die als eerste neerschieten. Zonder leider zijn ze niet geneigd weg te rennen.”

En dat blijkt. Miller schiet drie bizons neer en dan weten de dieren het niet meer. Ze lopen paniekerig heen en weer, maar niet weg. Ze zoeken een leider die hun weg voert, maar die staat niet zo snel op. Miller heet een stilstand gecreëerd. De kudde blijft waar die is, terwijl de dieren één voor één worden afgemaakt.

Eén met de natuur

Andrews’ oorspronkelijke doel was om het land te leren kennen. Dat lukt voor een deel. Maar doordat hij in het land en van het land moet overleven, leert hij vooral zichzelf kennen. En dan vooral de dierlijke, instinctmatige kant die in hem huist. Eerst worden zijn dijen rauw en zijn kont hard van het paardrijden. Dan merkt hij dat hij eet als een wolf: automatisch, schrokkend, zonder zich nog van enige honger bewust te zijn. Later wordt Andrews steeds gevoellozer, harder, behaarder en magerder. Nog voor de winter over de vallei neerdaalt, is de wereld voor Andrews al gekrompen tot die vallei zelf. De wereld daarbuiten lijkt niet meer te bestaan:

“Het deel van zijn leven dat ertoe deed, had hij in de hooggelegen vallei doorgebracht.
En als hij erover uitkeek […] kwam het hem voor […] dat het zijn blik zelf was die bepaalde wat hij zag, en daarbij vormgaf aan zijn eigen bestaan en aan de taak die hij had. Hij kon zichzelf niet los zien van de plek waar hij zich bevond.”

Mislukte kampeertripjes in de onverschillige natuur

Butcher´s Crossing lezend moest ik vaak denken aan Nooit meer slapen van Willem Frederik Hermans. Ook zo´n mislukte kampeertrip. Overigens verscheen de roman van Hermans zes jaar na die van Williams. Thematisch past Butcher’s Crossing weer meer bij Heart of darkness van Joseph Conrad. Daarin is niet het gevaar van de jungle, maar vooral de willekeurige, lege onverschilligheid van de natuur ten opzichte van het leven, die grote sporen bij de hoofdpersoon nalaat. Met diezelfde leegte en doelloosheid maakt Andrews kennis tijdens hun bizonjacht. Hij merkt dat Millers eindeloze slachtpartij geen zucht naar bloed of geld is, maar een kille, stompzinnige reactie op het leven. En hij maakt kennis met ‘de leegte van het grote niets’ als hij bizons ziet sterven. Van een trots dier naar een naakt stuk vlees en botten. Van een bezield levend wezen naar dode materie:

“Het was niet zichzelf. Of het was niet het zelf zoals hij zich het had voorgesteld. Dat zelf was vermoord. En in die moord had hij de vernietiging gevoeld van iets wat in hem zat […].”

Alles is ijdelheid

Diep, goed verscholen achter alle leugens waarmee we ons in het leven omhullen, heerst er grote leegte. Dat is wat Andrews heeft gezien, ervaren en geleerd van zijn periode in de natuur. Hij komt tot dat inzicht als hij terug is in Butcher´s Crossing. Eerst luistert hij naar een moegestreden McDonald:

“Je hele leven is op leugens gebaseerd, en dat dringt pas tot je door als je op het punt staat om te sterven – dat er niets is, niets anders dan jezelf en wat je had kunnen doen. Alleen heb je het niet gedaan, omdat je door al die leugens dacht dat er iets anders was.”

Later, in de kamer van Francine, een vrouw tot wie hij zich voelde aangetrokken, merkt hij dat zijn passie voor haar is verdwenen. Net als zijn passie voor de wildernis:

“Bijna zonder spijt kon hij nu toegeven dat deze passies waren voortgekomen uit ijdelheid. Dat was het niets waarover McDonald laatst in het pension had gesproken […]. Dat was de minachtende blik waarmee Schneider naar de rivier had gekeken vlak voordat de hoef zijn gezicht had weggevaagd. Dat was het blinde volhouden op het gezicht van Miller tijdens de witte sneeuwjacht in de bergen.”

Vertrouwen

Alles is ijdelheid. Een angstaanjagende conclusie? Zeker. Een lege onverschilligheid gaapt ons aan. Maar als alles ijdelheid is, en er dus ook geen hoger doel is, kun je dat doel ook niet meer mislopen. Je daden worden je leven. Je blik bepaalt je doel. Dat is de les die McDonald aan Andrews wil geven. Zo voelde Andrews zich ook op hoogvlakte, waar het zijn blik was ‘die bepaalde wat hij zag’. En waar het zijn blik was die ‘daarbij vormgaf aan zijn eigen bestaan en aan de taak die hij had’. Met dit inzicht verlaat Andrews Butcher´s Crossing:

“Op een globale richting na, wist hij niet waarheen hij ging. Maar hij wist dat hij daar later op de dag wel op zou komen. Hij reed verder zonder haast, en voelde achter zich de zon langzaam opkomen en de lucht tastbaar worden.”

Bewegen om een stilstand te voorkomen?

 

Pascal Klaassen
januari 2015


Vertaling: Edzard Krol


 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

twee × 4 =