Louis Paul Boon – De Kapellekensbaan en Zomer te Ter-Muren – 1

Een ineengedraaide kluwen verhaallijnen. Bittere teleurstellingen. Nihilistisch schoppen tegen dierbaren. Kaarsjes betalen.

Kapellekensbaan Louis Paul BoonDe Kapellekensbaan en zijn opvolger Zomer te Ter-Muren zijn samen de twee beste romans uit de Nederlandstalige literatuur. Dat vond ik al de eerste keer dat ik ze las. Na herlezing weet ik het zeker.

De twee beste romans ooit!

Het tweeluik De Kapellekensbaan Zomer te Ter-Muren gaat over bijna alles: de opkomst en ondergang van het socialisme in Vlaanderen, het menselijk tekort, de uitbuiting van het volk, de domheid van alle mensen, de eeuwige wederkerigheid, de onmogelijkheid het leven in een roman te stoppen, enzovoort, enzovoort. Dit alles in korte hoofdstukken, waarin Boon verschillende verhaallijnen afwisselt met commentaren en reflecties daarop. Uit deze chaos ontstaat een mozaïek over geschiedenis, kunst, literatuur en het leven zelf, dat tot de absolute top in de wereldliteratuur hoort. Of eigenlijk de absolute wereldtop is.

De rode draad in De Kapellekensbaan

De rode draad in beide romans is de geschiedenis van Ondine, een meisje geboren ‘in tsjaar 1800-enzoveel’, dat opgroeit aan de Kapellekensbaan en veel later in haar leven in Ter-Muren gaat wonen. Tegelijkertijd lezen we hoe Boontje aan dit verhaal schrijft en de voortgang ervan bespreekt met personages als Johan Janssens, mossieu Colson van tminnesterie, de kantieke schoolmeester, Tippetotje en vele anderen. Zowel Boontje als de meeste andere personages zijn alter-ego’s van Louis Paul Boon. Ze vertegenwoordigen ieder specifieke karaktertrekken van de schrijver. De personages bespreken met elkaar niet alleen het verhaal van Ondine, maar ook onderwerpen uit hun eigen leven.

Een hele kluwen verhalen

Zo ontstaat er een parallelle roman, in de actuele tijd. Dit wordt aangevuld met een hervertelling van de fabel Van de vos Reijnaerde in De Kapellekensbaan, en het verhaal over de 18e-eeuwse bandiet Jan de Lichte in Zomer te Ter-Muren. Deze hele kluwen van spiegelende verhaallijnen raakt definitief in de knoop als aan het einde van Zomer te Ter-Muren een jonge Louis Paul Boon opduikt in de wereld van Ondine.

Aalster Beschaafd Nederlands

Louis Paul Boon heeft De Kapellekensbaan en Zomer te Ter-Muren geschreven in het A.B.N., wat in dit geval staat voor Aalster Beschaafd Nederlands. Het is een soort papieren spreektaal, met de achteloosheid van een cafégesprek. De zinnen zijn soms verbazingwekkend slordig, met verbeteringen, nuanceringen en aanvullingen erachter geplakt, maar altijd met een enorme vaart geschreven.

Een kuip mortel

De Kapellekensbaan en Zomer te Ter-Muren zijn, om met Boontje te spreken, romans waarin hij ‘alles holderdebolder uitkeert, kwak, gelijk een kuip mortel die van een stelling valt.’ De hoofdstukken in de actuele tijd zijn geschreven in de ge-vorm. Het personage Boontje spreekt daarin tegen zichzelf (of de schrijver Louis Paul Boon tegen zijn personage), maar als lezer voel je je net zo aangesproken. Het maakt je weerloos en zorgt ervoor dat de vaak deprimerende gebeurtenissen in de roman je regelmatig naar de keel grijpen.

Drieluik

Al met al zijn De Kapellekensbaan en Zomer te Ter-Muren te belangrijk en te groots om het bij één bespreking te laten. Ik geef ze een drieluik. In de rest van dit eerste artikel schets ik kort het verhaal en enkele karakters in de geschiedenis over Ondine. In het tweede artikel Onrecht, hoop en teleurstelling: de eeuwige slinger zoek ik naar het wereldbeeld dat uit De Kapellekensbaan en Zomer te Ter-Muren naar voren komt. En in het derde artikel Geniaal spel tijdens een onmogelijke missie kijk ik naar de experimentele vorm van de romans. In dat artikel staan ook enkele biografische gegevens over Louis Paul Boon.

Grote verwachtingen, grotere teleurstellingen

In De Kapellekensbaan en Zomer te Ter-Muren volgen we Ondine vanaf het moment dat ze aan de Kapellekensbaan verschijnt met twee stijve vlechtjes in het haar tot aan haar oude dag als ze in Ter-Muren bij de kachel op haar dood wacht. Het is een leven vol grote plannen en verwachtingen die telkens weer op nog grotere teleurstellingen uitdraaien, al dan niet door eigen schuld.

De hoop op een beter leven

Ondine weet als kind zeker dat haar een beter leven wacht dan de miserie en armoede die ze om zich heen ziet. Voor haar geen toekomst in een van beide fabrieken van de stad. In plaats daarvan leert ze Frans en marcheert ze met opgeheven hoofd over de Kapellekensbaan. Ze krijgt zelfs een relatie met Achilles Derancourt, de zoon van de eigenaar van de garenfabriek, en ze raakt zwanger van diens vriend Ludovic Gourmonprez.

Het wordt Oscar

Maar als beiden de leeftijd bereiken om serieuze levensplannen te maken, raken ze hun interesse in Ondine kwijt. Ondine trouwt dan maar met Oscar, beeldhouwer, dromer en zoon van arme burgers. Hierdoor blijft ‘armoede’ het centrale woord in de rest van Ondines leven. Ze gaat met Oscar wonen in een kleine kamer boven een café. Als daar het kruisbeeld uit zichzelf beweegt, is dat geen bovennatuurlijk wonder, maar een daad van aardse weegluizen.

Trappen uit frustratie

Ook al heeft Ondine zelf haar hele leven het gevoel uitverkoren te zijn, in de praktijk is daar weinig van te merken. Het lukt haar niet om daadwerkelijk een sprong op de sociale ladder te maken. Deze frustratie is de belangrijkste voedingsbodem voor haar vele woede-uitbarstingen. Na iedere teleurstelling voelt Ondine de onweerstaanbare drang om alles, of in ieder geval iets of iemand, te vernietigen. Bij voorkeur geeft ze degenen die dicht bij haar staan een flinke trap.

Slachtoffer Valeer

Haar vader Vapeur en man Oscarke zijn vaak slachtoffer van Ondine, maar niemand heeft het zo zwaar te verduren als haar broer Valeer. Al in hun jonge jaren snijdt Ondine een vinger bij hem af. Eenmaal volwassen profiteert Ondine zoveel mogelijk van hem zonder er veel voor terug te doen. Zo heeft ze nog geen stuk brood over voor Valeer over als hij na de Eerste Wereldoorlog terugkomt van het front, waar hij bovendien min of meer door Ondine naar toe was gestuurd. Ze zet hem de deur uit en de vijf franc die hij nodig heeft voor eten en de reis naar huis, wil ze hem alleen als lening geven.

Machteloze speelballen

Ondine is niet de enige die teleurgesteld raakt in het leven. Eigenlijk geldt dit voor alle belangrijke personages in haar omgeving. De manier waarmee ze met die teleurstelling omgaan, is echter anders dan bij Ondine. Oscar, haar man, en Vapeur, haar vader, kruipen het liefst weg in hun dromen. Oscar droomt van beeldhouwen en het dochtertje van zijn baas in Brussel. Het is een verlangen naar onschuld en puurheid, met een sterke seksuele lading. Ik vermoed dat in de huidige tijd die passages tot een grote rel zouden leiden. Vapeur werkt het liefst aan zijn grote uitvinding: een perpetuum mobile.

Ondine verstoort de dromen

Oscar en Vapeur worden telkens ruw door Ondine in hun droomwereld gestoord. Ze betrekt hen in haar plannen en speelt ze na de mislukking ervan de zwarte piet toe. Ondines broer Valeer is geen dromer. Hij laat zich, zonder duidelijke eigen wil, meesleuren door de waan van dag en de commando’s van de mensen om hem heen. Hoe slecht hij ook wordt behandeld, hij lijkt een stuk minder gekweld door het leven dan bijvoorbeeld Ondine.

Leven in angst

Ondine is bang net zo gek te worden als haar moeder. Dit uit angst voor de straf van God, omdat ze het kind van Ludovic Gourmonprez en haar direct na de geboorte in het kabinet in de tuin heeft gedumpt. Op haar goede momenten hoopt Ondine het met God op een akkoordje te kunnen gooien, op haar slechte momenten weet ze dat ze verdoemd is. Tot Ondines grote schrik blijkt later in haar leven dat het voorval juist haar gekke moeder niet is ontgaan:

“[…] zij riep en werkte koortsig met de tanden, en almeteens gilde ze: als ge over kinderen spreekt, kijk dan eens in het cabinet, daar ligt er nog een! Het was alsof de hemel openscheurde boven ondine, en godzelf beneden kwam met in zijn handen het vlammende zwaard der gerechtigheid […] het was dus onmogelijk god te bedriegen en het met hem op een accoord te gooien: hij trok steeds aan het langste eindje […].”

Eigenbelang en profiteurs

Een heldin die vooral handelt uit eigenbelang en daarvoor mensen in haar directe omgeving zonder pardon opoffert. Personages die niet bij machte zijn hun ellendige positie te verbeteren. Het verhaal van Ondine is niet erg opbeurend. Zelfs het socialisme, dat tijdens het leven van Ondine opkomt en met hand en tand door haar wordt bestreden, gaat ten onder aan mensen die hun eigenbelang voorop stellen.

Boons nihilisme

Boontje, in de romans de schrijver van dit alles, krijgt regelmatig commentaar op het nihilistisch wereldbeeld dat uit het verhaal van Ondine naar voren komt. In Onrecht, hoop en teleurstelling: de eeuwige slinger kijk ik verder naar het wereldbeeld in De Kapellekensbaan en Zomer te Ter-Muren. Het goede nieuws: na de winter komt de lente. Het slechte nieuws: voor je het weet, is het weer herfst. En welk jaargetijde het ook is, uiteindelijk zijn het altijd dezelfde mensen die de klappen krijgen. Of zoals Vapeur het uitdrukt:

“En of de duivel nu op de preekstoel staat, dan wel de pastoor, wij de burgerij zijn het die de kaarsjes betalen.”

 

Pascal Klaassen
januari 2013


Zie ook deel 2 en deel 3 van mijn bespreking van De Kapellekensbaan en Zomer te Ter-Muren:

En bekijk de Fenomenale Feminateek van Louis Paul Boon.


Literatuurlijst

De citaten uit De Kapellekensbaan en Zomer te Ter-Muren komen uit de volgende edities:

  • Louis Paul Boon, De Kapellekensbaan, ABC-Boeken nummer 9 (De Arbeiderspers), Amsterdam, 1964;
  • Louis Paul Boon, Zomer te Ter-Muren, ABC-Boeken nummer 39 (De Arbeiderspers), Amsterdam, 1974.

Verder heb ik me laten inspireren door:

  • Annie van den Oever, Gelijk een kuip mortel die van een stelling valt, Uitgeverij Houtekiet; Antwerpen – Baarn, 1992;
  • Annie van den Oever, ‘De stijl van de ‘Vlaamse volksschrijver’ Louis Paul Boon’, in Dromen en geruchten, redactie Jos Joosten en Jos Muyres, Uitgeverij VANTILT, Nijmegen, 1997;Jean Weisgerber, ‘experimenten met de roman’, in: Louis-Paul Boon, Nijgh & Van Ditmar, Boekaflevering van het tijdschrift Komma, jaargang 1, nummer 5 / 6;
  • Weverbergh, ‘biografische verkenning’, in: Louis-Paul Boon, Nijgh & Van Ditmar, Boekaflevering van het tijdschrift Komma, jaargang 1, nummer 5 / 6;
  • Paul de Wispelaere, ‘de structuur van de kapellekensbaan – zomer te ter-muren’, in: Louis-Paul Boon, Nijgh & Van Ditmar, Boekaflevering van het tijdschrift Komma, jaargang 1, nummer 5 / 6;
  • Paul de Wispelaere, ‘Notities bij ‘Boontje’’, in Dromen en geruchten, redactie Jos Joosten en Jos Muyres, Uitgeverij VANTILT, Nijmegen, 1997;

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

4 × 4 =