Willem Frederik Hermans – De donkere kamer van Damokles (deel 2)

Schopenhauer – Nietzsche 1-0.

De donkere kamer van DamoklesIn Van mislukkeling naar verzetsheld naar collaborateur vatte ik de gebeurtenissen uit De donkere kamer van Damokles van Willem Frederik Hermans samen. En ik beloofde een tweede bespreking met een antwoord op de vragen: ‘Bestaat Dorbeck wel of niet?’ en ‘Waarom maakt iedereen zo’n punt van het uiterlijk van Osewoudt?’ Hier is die tweede bespreking.

De vele vragen na het lezen van De donkere kamer van Damokles

Na het lezen van De donkere kamer van Damokles blijf je als lezer met behoorlijk wat vragen achter. De meest prangende luidt: is Dorbeck een bestaand persoon of verzint Osewoudt hem? Deze vraag is niet gemakkelijk te beantwoorden. Als lezers zijn we namelijk bijna de hele roman gebonden aan het perspectief van Osewoudt en dat zou zomaar eens een onbetrouwbaar perspectief kunnen zijn.

Een verzonnen Dorbeck

Dorbeck is na de oorlog niet meer te vinden. En niemand behalve Osewoudt zelf, kan of wil bevestigen dat hij of zij Dorbeck ooit heeft gezien. Dat voedt het idee dat Dorbeck misschien niet bestaat en dat Osewoudt hem verzonnen heeft. Zo’n verzonnen Dorbeck past prima in een Freudiaanse lezing van De donkere kamer van Damokles. Osewoudts frustratie over zijn uiterlijk en het feit dat iedereen hem als een slappeling ziet, vraagt welhaast om een sterk fantasieleven. Dorbeck is dan het verzonnen alter ego dat helpt iets van eigenwaarde te ontwikkelen.

Waandenkbeelden

Een stapje verder gaat de veronderstelling dat Osewoudt lijdt aan eenzelfde psychiatrische aandoening als zijn moeder. Hij ziet dan soms dingen en mensen die er niet zijn. Verschillende passages in de roman lijken daarop te duiden. Bijvoorbeeld als hij zijn moeder bloemen ziet verkopen in een restaurant, terwijl die moeder op dat moment (in ieder geval voor zover wij weten) gevangen zit. En wat bijvoorbeeld te denken van de vreemde scène waar hij in Engelse gevangenschap een ontbijtkoek opgestuurd krijgt met een figuurzaagje erin. Een gegeven waar verder niets mee gebeurt.

Hoe raakt Osewoudt betrokken?

Een verzonnen Dorbeck verklaart niet alleen diens onvindbaarheid, maar zet ook een streep door het toch wel opmerkelijke gegeven dat iemand in het verzet zomaar de eerste de beste sigarenboer zou vertrouwen. Dat lijkt me niet logisch. Echter, de lezing van een verzonnen Dorbeck levert ook weer een aantal merkwaardigheden op. Hoe raakt Osewoudt dan bijvoorbeeld betrokken bij de schietpartij in Haarlem? En dankzij wie wordt in 1944 dan weer contact met hem opgenomen?

Compleet stapelgek

Een mogelijkheid is dat Osewoudt zo ontzettend in de war is, dat hij de illegale activiteiten, of zijn betrokkenheid erbij, ook verzint. Deze mogelijkheid bestaat, maar dan kan dus alles in de roman een fantasie van Osewoudt zijn. Dus ook zijn gevangenschap. Of alleen het deel in Engeland. Deze ‘het was allemaal maar een droom’-optie vind ik weinig aantrekkelijk. Er is overigens ook geen enkel bewijs voor.

Een onvindbare dubbelganger

Als Osewoudt wel bij de schietpartij in Haarlem betrokken is geweest, dan zijn er aanknopingspunten dat Dorbeck, of in ieder geval iemand waarvan Osewoudt denkt dat hij Dorbeck heet, bestaat. Iemand moet hem immers het verzet in hebben geloodst. En Ria en Roorda hebben bijvoorbeeld zo’n dubbelganger gezien. Net als de tandarts. Dat deze dubbelganger na de oorlog niet te vinden is, kan tal van redenen hebben. Misschien is hij overleden. Misschien is hij een zeer geheime Engelse geheim agent. Ook het feit dat hij niet op het fotorolletje in de teruggevonden Leica staat, wil niet zeggen dat hij door Osewoudt verzonnen is. Dorbeck waarschuwde Osewoudt namelijk al tijdens het maken van die foto dat het te donker was.

Met wie spreek ik?

Is die dubbelganger van Osewoudt een verzetsheld en het brein achter Osewoudts operaties in 1944? Osewoudt gaat daar wel van uit, maar hij ziet Dorbeck pas weer als hij dankzij Ebernuss voor de tweede keer uit zijn gevangenschap ontsnapt. Tot dan heeft hij in 1944 alleen via de telefoon of op papier contact met hem. Het lijkt mij dat dit ook iemand anders of zelfs meerdere andere mensen kunnen zijn geweest. De mensen met wie Osewoudt in 1944 de illegale activiteiten uitvoert, laten hem dan in de waan dat Dorbeck alles regelt. Uit zichzelf beginnen ze nooit over Dorbeck. Ze geven hem sowieso weinig informatie. Osewoudt vertrouwt ze echter vrij snel. Daarmee wordt hij een bruikbare pion voor verzetshelden, bezetters of collaborateurs.

Combinatie van mogelijkheden

Uiteraard is er ook een combinatie van verschillende opties mogelijk. Bijvoorbeeld: aan het begin van de oorlog komt er iemand die zich Dorbeck noemt in de winkel van Osewoudt. Osewoudt raakt gefascineerd door die man. In de jaren erna gaat Dorbeck een steeds grotere rol spelen in zijn fantasie. Als hij dan, misschien zelfs per toeval, bij illegale activiteiten betrokken raakt, denkt hij dat Dorbeck erachter zit. Hij ziet Dorbeck echter pas weer aan het einde van de oorlog. Dan heeft hij wel al behoorlijk lang gevangen gezeten, waarvan een flink deel in eenzame opsluiting. Heeft dat zijn psychologisch gestel misschien aangetast? En heeft hij uiteindelijk Dorbeck, als een imaginaire vriend, nodig om Ebernuss te vermoorden en te durven ontsnappen? Niet voor niets staat de foto die hij dan van hun beiden maakt niet op het filmpje. Maar goed, dat kan dus ook aan het gebrek aan licht hebben gelegen.

De wereld is onkenbaar

Eigenlijk is slechts één ding na het lezen en herlezen van De donkere kamer van Damokles heel erg duidelijk: de roman geeft geen duidelijkheid over het bestaan van Dorbeck. We kunnen er alleen maar over speculeren. Dit past bij een bekend thema in het werk van Hermans: de onkenbaarheid van de wereld om ons heen (zie bijvoorbeeld ook Nooit meer slapen). Osewoudt, maar ook de andere personages in De donkere kamer van Damokles, kennen ieder slechts een deel van de toedracht van de gebeurtenissen. Dus vullen ze veel zelf in. Het is dan ook tekenend dat zowel Osewoudt, zijn Engelse ondervragers, zijn Nederlandse ondervragers, de psychiater en de journalist op basis van min of meer dezelfde gegevens allemaal tot een heel andere reconstructie van de gebeurtenissen komen.

Schijn van objectiviteit

Persoonlijk vind ik het fascinerend dat Hermans daarbij de roman in de hij-vorm heeft geschreven. Dat creëert meer afstand en komt daarmee objectiever over dan de ik-vorm. Maar omdat we zo sterk gebonden zijn aan het perspectief van Osewoudt is het een schijnobjectiviteit. Uiteindelijk kennen we maar een deel van de feiten die we nodig hebben om een antwoord op onze vragen te krijgen. Dus zijn we net als de personages overgeleverd aan onze eigen speculaties als we willen reconstrueren hoe de vork in de steel zit.

Wat is er mis met Osewoudt?

Er is nog een vraag die me bezighoudt na het lezen van De donkere kamer van Damokles: waarom is iedereen, inclusief hijzelf, zo veroordelend over zijn krachteloosheid en meisjesachtig uiterlijk? Zijn leven voordat hij in het verzet gaat, is weinig heldhaftig. Maar hij doet tot dat moment toch ook niemand kwaad? En wat kan hij eraan doen dat hij klein is en geen baardgroei heeft? Ik denk dat in de huidige tijd weinig mensen hem om deze redenen een dégénéré zouden noemen, zoals zijn oom Bart doet.

Dorbeck als übermensch

Ik begrijp dat in dit opzicht de tijden zijn veranderd, maar tegelijkertijd springt die enorme morele verheerlijking van kracht in De donkere kamer van Damokles er nog steeds uit. Voor Osewoudt, en veel andere personages in de roman, zijn krachtige mensen per definitie goed en zwakke mensen per definitie fout. Het is een oordeel dat mij sterk doet denken aan Nietzsche’s übermensch: iemand die zelf bepaalt hoe hij zijn leven leidt en wat daarin goed is en wat fout. Iemand die alleen aan zijn eigen wil gebonden is. Dit is precies datgene wat Osewoudt zo aanspreekt in Dorbeck.

Het alter ego als vernietiger

Die Dorbeck, gefantaseerd of niet, laat ook Osewoudt wat meer übermensch zijn. Je kunt hier Freud weer van stal halen. Osewoudts alter ego Dorbeck helpt hem te voldoen aan de eisen van zijn eigen superego, maar veroorzaakt daarmee ook zijn ondergang. Niet alleen wordt hij als collaborateur doodgeschoten, het is ook Dorbeck die hem het uniform van een verpleegster laat aantrekken. Dorbeck zorgt daarmee voor misschien wel de meest grote vernederingen voor Osewoudt. Niemand ziet dat hij een als vrouw verklede man is. Hij wordt nagefloten en meerdere mannen proberen hem te versieren.

Ambitie die leidt tot ondergang

Je kunt ook de terminologie van Freud laten voor wat die is, en simpelweg concluderen dat Osewoudt ten onder gaat aan zijn eigen ambitie. Ambitie die leidt tot ondergang, is ook al een bekend thema in het werk van Willem Frederik Hermans. Waarbij verkeerde interpretaties van de wereld, of ronduit waandenkbeelden van de hoofdpersoon, vaak een belangrijke oorzaak van die ondergang zijn.

De übermensch is onvindbaar

Maar we kunnen ook dichter bij Nietzsche blijven. Op het einde van de oorlog (met vijf jaar bezetting door een regiem dat de filosofie van Nietzsche op heel eigen wijze heeft misvormd en misbruikt) blijkt die übermensch totaal onvindbaar. Is hij net zo dood als god? We weten het niet, want we kunnen niet eens met zekerheid vaststellen dat hij ooit bestaan heeft. En Osewoudt die zich zo graag tot übermensch wilde verheffen, moet dat streven met de dood bekopen. Hij zal niet als krachtige held, maar als een slappe landverrader de geschiedenisboeken ingaan. De donkere kamer van Damokles kort samengevat: Schopenhauer – Nietzsche 1-0.

Pascal Klaassen
juni 2019


Meer lezen over De donkere kamer van Damokles

Heel veel informatie over De donkere kamer van Damokles staat in het boek dat Frans Janssen schreef over de roman in de synthese-reeks van De Arbeiderspers.  Daarin bijvoorbeeld ook aandacht voor de vele onduidelijkheden die er na de oorlog waren over het Englandspiel en de zaken Van der Waals en Lindeman. De rapporten van de Parlementaire Enquêtecommissie hierover waren een inspiratiebron voor Hermans.
Tonnus Oosterhoff betoogt in Een ijlroman dat Hermans bij het schrijven al net zo in de war was als de hoofdpersoon en de lezers van De donkere kamer van Damokles.


 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

drie × vijf =